Mensík had gedurende de partij op Court Philippe-Chatrier veel aan zijn harde service. De nummer 27 van de wereld behield in de eerste twee sets telkens zijn servicebeurt en benutte zelf drie breakpoints.
In de derde set wankelde Mensík wat meer en werd hij twee keer gebroken, maar hij kwam telkens terug. Bij een 6-5-achterstand werkte Fonseca zes matchpoints weg, maar in de tiebreak moest hij alsnog het hoofd buigen.
Het duel tussen Mensík en Fonseca was de 'jongste' kwartfinale bij de mannen op Roland Garros in twintig jaar. In 2006 troffen de destijds twintigjarige Rafael Nadal en negentienjarige Novak Djokovic elkaar. Nadal won de partij en later ook het toernooi.
Mensík was eerder dit toernooi al te sterk voor onder anderen Alex de Minaur (ATP-7) en Andrey Rublev (ATP-13). Fonseca, de mondiale nummer dertig, versloeg onder anderen Novak Djokovic (ATP-4) en Casper Ruud (ATP-16).
Mensík is de jongste Tsjech ooit in de halve finales van een Grand Slam. Hij treft in de halve eindstrijd Alexander Zverev, die aast op zijn eerste Grand Slam-zege. De 29-jarige Duitser won in de kwartfinales van het Spaanse talent Rafael Jódar: 7-6 (3), 6-1 en 6-3.










