Langs de weg aan de rand van Munnekeburen staat een onbemande winkel. Het voormalig waterschapsgebouw staat vol met groenten, zuivel, vlees en kruidenierswaren – alles wat de bewoners van de vijf dorpskernen nodig hebben. Zeven dagen per week, van 08.00 tot 22.00 uur, kunnen ze zélf – met een rekenmachine en pinapparaat – de boodschappen afrekenen.
Nadat de laatste winkel in de vijf dorpen rond Munnekeburen dicht was gegaan, wilde boerin Titia van der Linde de leefbaarheid vergroten. Elke dorpskern heeft een paar honderd inwoners, bijna iedereen kent elkaar. Het systeem van zelf afrekenen gaat goed, vertelt ze. „We gaan uit van vertrouwen. En voor veruit de meeste mensen is dat terecht.” Er hangt binnen wel een camera, voor de zekerheid. Buiten scharrelen schapen en lopen driehonderd melkkoeien.
Op de eierdoos staat in grote letters: ‘Voordat je het weet krijgt misdaad vrije uitloop’
Een van de producten in het onbemande winkeltje, dozen met tien eieren, wijst op een heel andere nieuwe werkelijkheid op het Friese platteland: dat is aantrekkelijk voor criminelen. Op de eierdoos staat in grote letters: „Voordat je het weet krijgt misdaad vrije uitloop.” En in kleine letters: „Hoe herken je criminaliteit in het buitengebied? Afgeschermde deuren of ramen. Activiteiten op ongebruikelijke tijdstippen. Een chemische geur van anijs, amandel, aceton of ammoniak. Overmatige beveiliging met camera’s.”















