Voor Kenneth Bovenend (33) is het komende WK een grote droom die uitkomt. Met negen vrienden vliegt hij voor de eerste twee groepswedstrijden van Oranje naar de Verenigde Staten. "We kennen elkaar al van jongs af aan en een deel van ons voetbalt nog steeds samen."
Het idee ontstond volgens Kenneth tijdens het WK van 2014. "We zaten op een terras en dachten: hier moeten we ooit een keer bij zijn." In de coronaperiode kreeg dat plan concreet vorm en begon de groep maandelijks geld opzij te zetten. Eerst 50 euro, later 100 euro. "Zo hebben we het stap voor stap opgebouwd."
Via het puntensysteem van de KNVB wisten ze tickets te bemachtigen voor de eerste twee wedstrijden. Dat kostte ongeveer 378 euro en in totaal kost de reis 5.000 euro per persoon. "Het is maar net wat je prioriteit is. Voor een festival ben je ook al snel veel geld kwijt."
De sfeer zit er al goed in. In de groepsapp wordt afgeteld en iedereen heeft oranje spullen ingekocht en een letter van 'Nederland' op zijn shirt laten drukken.
Kenneth kijkt vooral uit naar de sfeer in het stadion. "Het Wilhelmus zingen met z'n allen, dat is echt zo'n kippenvelmoment. Bovendien zeiden we in 2014 al dat Nederland wereldkampioen gaat worden, en daar geloof ik nog steeds in. Dus hoe dan ook wordt het een ervaring die ik nooit meer vergeet."















