De mededeling kwam plotseling, dinsdag: het beheer van DigiD, het portaal dat toegang geeft tot uiterst gevoelige data van miljoenen Nederlanders, komt straks toch niet in Amerikaanse handen. Staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit, D66) stuurde een korte brief aan de Tweede Kamer waarin ze met een beroep op het „publieke belang” de overname van het bedrijf Solvinity door de Amerikaanse branchegenoot Kyndryl blokkeerde. Het besluit kwam overeen met het advies van Bureau Toetsing Investeringen (BTI), schreef ze.
Onder het groeiende leger voorvechters voor digitale soevereiniteit – en in navolging daarvan een groot deel van de Tweede Kamer – klonk een zucht van opluchting en gejuich. Dit doet recht aan een breed gevoeld onbehagen over de geplande overname.
Maar het besluit roept ook veel vragen op: was dit nou een zuiver rationele afweging, gebaseerd op een inschatting door een onafhankelijk toezichthouder van reële gevaren in het cyberdomein? Of is hier sprake van een politiek gemotiveerde blokkade, ingegeven door emoties?
Vanaf de aankondiging op 5 november van de beoogde overname van Solvinity en na de eerste crisisberaden over de mogelijke gevolgen daarvan, poogden de betrokken departementen het debat te depolitiseren. De boodschap van bewindslieden, woordvoerders en (in rechtszalen) de landsadvocaat was lang vrijwel dezelfde. Zij kwam neer op: laat ons even, we studeren erop.












