Vier minuten hadden de Roemeense strijdkrachten vrijdagochtend om een Russische drone boven de stad Galati vloog te onderscheppen. Maar die tijd bleek te kort om de drone te lokaliseren, te identificeren en uiteindelijk neer te halen, aldus de Roemeense brigadegeneraal Gheorghe Maxim. „Die vier minuten die we tot onze beschikking hadden waren extreem kort.”

In de nacht van donderdag op vrijdag kwam een Russische drone neer op een appartementencomplex in Galati, een stad in het oosten van Roemenië nabij de grens met Oekraïne. De drone maakte deel uit van een Russische aanval op Oekraïne. Een 52-jarige vrouw en haar 14-jarige kind liepen lichte brandwonden op toen ze door een gang vluchtten waar brand was uitgebroken nadat de drone op het dak van het gebouw explodeerde. Tientallen anderen werden geëvacueerd.

Roemenië heeft vaker te maken gehad met neergestorte Russische drones, maar het is de eerste keer dat het tot slachtoffers leidt.

Twee opgestegen F16-gevechtsvliegtuigen en een helikopter konden de drone niet op tijd neerhalen. Ook een Amerikaans antidrone-systeem stond paraat, maar kon niet worden ingezet omdat de drone laag over dichtbevolkt gebied vloog.

Volgens brigadegeneraal Maxim zou een onderschepping te riskant zijn, vanwege het gevaar voor neervallende brokstukken of explosieven. Bovendien waren de verdedigingsmogelijkheden beperkt. Roemenië mocht volgens de brigadegeneraal geen munitie afvuren die het Oekraïense luchtruim – waarvandaan de Russische drone kwam – zou schenden.