Piet Paulusma, de Friese weerman die in 2022 overleed, was zijn tijd blijkbaar ver vooruit. In zijn SBS6-programma Piets Weerbericht gaf hij elke dag rapportcijfers aan het weer: „het barbecueweer krijgt morgen een 6” bijvoorbeeld, om daarna steevast met een welgemeende „oant moarn” af te sluiten.
Rapportcijfers zijn intuïtief, wist Paulusma al, en tot die conclusie is het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) nu ook gekomen. Deze week lanceerde het instituut een nieuw indexcijfer bij de weersverwachtingen op hun website: de „hittekracht”.
Op een schaal van 1 tot 10 berekent het KNMI voortaan hoe belastend de hitte voor mensen is. Daarbij houdt het instituut niet alleen rekening met de temperatuur, maar ook met luchtvochtigheid, zonnestraling en wind. Al die factoren zijn van belang voor de manier waarop mensen de hitte ervaren. Bij een hoge luchtvochtigheid kunnen mensen bijvoorbeeld minder hitte kwijt via zweten, en raken ze sneller oververhit.
Het cijfer moet mensen helpen in de voorbereiding op extreme hitte, bijvoorbeeld door werktijden aan te passen of een hitteprotocol in werking te stellen. Het KNMI benadrukt in het begeleidend persbericht het belang van hittekracht voor sportevenementen en ook voor de hulpdiensten die „soms langdurig buiten in zware kleding” moeten werken en daarbij last kunnen krijgen van de hitte.













