Danny weet zeker dat hij nog nooit zo snel gefietst heeft. Nu zit hij thuis op de bank, alleen. Het is maar een klein stukje van school naar huis, maar zijn hart klopt in zijn keel, het zweet staat op zijn rug.
Hij wist dat hij er een keer genoeg van zou hebben. Het geëtter in de schoolgangen, dat ze hem uitschelden voor ‘mietje’ en ‘flikker’, hem imiteren met een hoog piepstemmetje. Maandenlang is het al aan de gang.
In groep 7 kwam hij uit de kast. Ja, dat is jong, alleen al om te weten dat homoseksualiteit bestaat, laat staan om te weten dat je homo bent. Op de basisschool maakte niemand er een punt van. Waarschijnlijk hadden zijn klasgenoten geen flauw benul wat Danny’s mededeling inhield.
Dat is op het Martinuscollege, een grote middelbare school in Grootebroek, Noord-Holland, wel anders. Van de ene op de andere dag begon het. Een groep jongens moest hem hebben. Danny is een gemakkelijk doelwit: hij is rank, heeft een beugel, een paar puistjes, zit op dansen en experimenteert een beetje met kapsels en kleding. Dan val je wel op ja, als dertienjarige jongen. En zeker in West-Friesland, in 2006.
Met gym barstte de bom. Danny beet van zich af… en toen sloeg hij iemand. Hij sloeg iemand! Terwijl hij nooit agressief is. Iedereen schrok, hijzelf misschien nog wel het meest. Hij sprong op zijn fiets en racete naar huis. Morgen zal hij weer naar school moeten. Dan pakken ze hem terug, dat weet Danny zeker. Hij voelt tranen branden. Maar hij haalt diep adem en loopt naar het halletje, waar de computer staat. Hij weet precies wat hij moet doen. Hij schrijft een mail:











