Vanaf de straat is de kliniek van de Botswaanse ngo Men for Health and Gender Justice in de hoofdstad Gaborone nauwelijks te herkennen. De organisatie werkt discreet vanuit een voormalig woonhuis in een buitenwijk om hun klantenkring, voornamelijk leden van de lhbtiq+-gemeenschap, te beschermen. Binnen legt de veertigjarige Kitso zijn arm op een bureau. Met een snelle beweging prikt hulpverlener Kabelo Gwakube in zijn vinger voor een hiv-test. „Het doet altijd een klein beetje pijn”, zegt Kitso, die zich hier al sinds 2018 elke drie maanden laat testen.
Kitso (zijn achternaam is bekend bij NRC maar wordt om privacyredenen niet genoemd) is één van de laatsten voor wie nog een testkit beschikbaar is. De organisatie heeft er maar acht over, vertelt directeur Thatayotlhe Molefe. Normaal ontvangt de kliniek maandelijks honderd nieuwe kits van het ministerie van Volksgezondheid, maar dat kampt met acute geldnood.
„Bij de afgelopen aanvraag vertelde het ministerie ons dat ze geen voorraad meer hebben”, zegt Molefe. De tekorten zijn het gevolg van de economische terugval door de ingezakte diamantmarkt. Botswana, na Rusland ’s werelds grootste diamantproducent, is sterk afhankelijk van de inkomsten uit deze industrie, waarmee het een derde van het gehele overheidsbudget financiert. „Als het ministerie deze week geen kits heeft, kunnen we over een paar dagen niet meer testen.”








