Quentin Tarantino is bijna pensioengerechtigd. Dat vindt hij zelf althans. Op zijn 42ste beloofde hij plechtig geen films te maken na zijn 55ste, hij hield niet van ‘oudemannenfilms’. In 2020 – dan 57 jaar – verklaarde hij het op maximaal tien speelfilms te houden, nummer negen was in 2019 Once Upon a Time in Hollywood.
Sindsdien is het wachten op deel tien. Tarantino (63) zou The Movie Critic filmen, over een sarcastische filmcriticus in punkjaar 1977. Ging niet door, wel schreef hij zelf een bundel filmkritieken: Cinema Speculation. Hij heeft geen haast. In 2018 huwde hij de Israëlische Daniella Pick en werd vader van twee kinderen: Leo in 2020, Adriana in 2022. Hij is nu papa en huismus in Tel Aviv, zijn vrouw klaagt dat hij daar bij raketaanvallen het luchtalarm negeert. „Ik sterf zo in elk geval als een zionist”, grapte hij.
Tarantino schrijft, praat en schoont zijn archief op. Dit jaar verfilmde David Fincher Tarantino’s vervolg op Once Upon a Time in Hollywood, waar stuntman Cliff Booth – Brad Pitt – opklimt tot Hollywood-fixer. Mogelijk gaat de film in première in Venetië. En deze week gaat Kill Bill in de bioscoop uit zoals Tarantino het ooit voor ogen had, met als extraatje de animatie Yuki’s Revenge , een scène die indertijd te duur was. In 2003 hakte producer Harvey Weinstein Kill Bill in tweeën en verwijderde wat bloed voor de filmkeuring: het fameuze zwaardgevecht van ‘de bruid’ Uma Thurman tegen de Crazy 88 ging halverwege op zwart-wit, de hulpeloze Sophie Fatale werd buiten beeld gefileerd.
















