Op een bloedhete dag, midden in de brandende zon, zijn de tribunes bij baan 14 op Roland-Garros behoorlijk vol. De sfeer is goed, mensen hebben er zin in. Hier en daar is een Filippijnse vlag te zien. Een vlag die je niet vaak ziet in de tenniswereld. Filippijns tennissucces is er haast nooit.
Tot Alexandra Eala op het toneel kwam, een van de jonge speelsters die deze ochtend aantreedt in Parijs. In maart van vorig jaar brak ze door op de WTA-tour, op het Masters-toernooi van Miami. Omdat haar ranking nog niet hoog genoeg was om mee te kunnen doen, kreeg ze van de organisatie een wildcard, om het vervolgens tot ieders verrassing tot de laatste vier te schoppen. Onderweg naar de halve finale versloeg ze drie grandslamwinnaars: Madison Keys, Jelena Ostapenko en Iga Swiatek. Ze verloor uiteindelijk in drie sets van de Amerikaanse toptienspeelster Jessica Pegula.
De tennisgekte rondom de 21-jarige Filippijnse brak tijdens dat toernooi los, de stadions zaten vol fans die hun landgenoot kwamen aanmoedigen.
„Ik weet nog dat ik tegenover je stond, op het Center Court in Miami, mijn thuistoernooi”, vertelde Pegula eerder dit jaar aan Eala in de tennispodcast The Player’s Box, „en me afvroeg: waarom juicht er helemaal niemand voor mij?”
















