Een strakblauwe lucht, op een ‘gitzwarte dag’. In het Oost-Vlaamse Buggenhout klinkt watergespetter uit de achtertuin van Patricia Peeters. Haar tienjarige dochter speelt met een vriendinnetje in een opblaaszwembad. Peeters probeert de dag voor haar zo normaal mogelijk te laten verlopen: „Ik ben zo opgelucht dat het mijn kind niet is, dat ze hier bij mij thuis is omdat ze toevallig een studiedag had.”
Peeters hoorde „een enorme knal en een knarsend geluid”, van de noodrem van de trein die iets na acht uur in de ochtend na een botsing met een schoolbus voor haar huis tot stilstand kwam. Het ongeluk, bij een spoorwegovergang op lijn 53 – die Leuven met Schellebelle (Gent) verbindt, via Dendermonde en Mechelen – kostte vier mensen het leven.
Alle vier zaten ze aan boord van de schoolbus: twee kinderen (van 12 en 15), een begeleider (27) en de bestuurder (49). De andere vijf inzittenden, kinderen in de leeftijd van 13 tot 15 jaar, afkomstig uit Bornem, Muizen en Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht, liggen zwaargewond in het ziekenhuis. De schoolbus was op weg naar een campus voor speciaal onderwijs. Inzittenden van de trein raakten niet gewond.
„Ik rende direct naar buiten, zag brokstukken op het spoor, een levenloos kind in de berm, een kind onder het bloed”, vertelt Peeters ontdaan. „En ik hoorde om hulp roepende kinderen in de gekantelde schoolbus.” Vrijwillige brandweerlieden uit de buurt waren snel ter plekke; de lokale kazerne bevindt zich op een steenworp afstand van de spoorwegovergang. Andere hulpdiensten volgden „rap”, aldus Peeters.











