De afgelopen maanden gingen honderdduizenden Tsjechen en Litouwers de straat op om te protesteren tegen mediaplannen van hun regeringen. In beide landen vrezen demonstranten voor de onafhankelijkheid van de publieke omroep. Daarbij wijzen ze naar Hongarije, Polen en Slowakije, waar de publieke media onder populistische en radicaal-rechtse regeringen eerder werden omgevormd tot spreekbuis van de regerende macht.
De Tsjechische regering wil het huidige systeem afschaffen waarbij huishoudens rechtstreeks enkele euro’s per maand overmaken aan de Tsjechische televisie en radio. In plaats daarvan moet de financiering van de publieke omroep voortaan via de staatsbegroting lopen.
Dat is omstreden omdat critici vrezen dat de publieke omroep zo afhankelijk wordt van politieke besluitvorming. Zodra het budget onderdeel wordt van de rijksbegroting, kunnen politici direct ingrijpen in de financiering. De Tsjechische regering heeft al bezuinigingen aangekondigd.
Premier en miljardair Andrej Babis kwam vorig jaar, na vier jaar oppositie, terug aan de macht met zijn populistische partij ANO. Hij regeert samen met twee radicaal-rechtse coalitiepartners: de populistische AUTO-partij (Automobilisten voor Zichzelf) en het radicaal-rechtse SPD (Vrijheid en Directe Democratie). Vooral die partijen dringen aan op hervorming van de publieke omroep. Maandag debatteert het Tsjechische parlement over het wetsvoorstel.












