Bij de kassa van het Eerste Wereldoorlogmuseum In Flanders Fields in Ieper is het rustig. Alleen een groepje van zes maakt zich gereed om naar de vaste tentoonstelling te gaan. Bij de tijdelijke tentoonstelling Ontheemd druppelt slechts een enkeling binnen.

Acht jaar na alle 1918-herdenkingen klinkt om acht uur ’s avonds nog steeds ‘The Last Post’ bij de Menenpoort, de herdenkingspoort in Ieper voor gesneuvelde Britse soldaten. Maar in het museum zijn de hoogtijdagen – topjaar 2014: 467.000 bezoekers – voorbij. Het in de Lakenhallen gevestigde In Flanders Fields Museum (die tijdens de Grote Oorlog van 1914 tot 1918 volledig werden verwoest en later herbouwd) trok vorig jaar 161.000 bezoekers. De daling na alle aandacht tijdens de eeuwherdenkingen was verwacht, zegt directeur Stephen Lodewyck. Toch ligt het aantal bijna 20 procent onder het gemiddelde bezoekersaantal van 200.000 vóór de herdenkingsjaren. „Maar wel iets boven het begrote aantal voor de periode 2024-2028”, voegt hij eraan toe.

Aan de kwaliteit van het museum en de tentoonstellingen ligt het niet dat het bezoekersaantal sterk is gedaald. De vaste opstelling vormt nog steeds een goed evenwicht tussen historische objecten en multimedia. Een bezoek is een mooie (interactieve) ervaring, omdat niet alleen het grote verhaal van de oorlog en de strijd in de Westhoek wordt verteld, maar de bezoeker zich ook kan onderdompelen in persoonlijke verhalen van lokale burgers en militairen van alle betrokken landen.