De dode potvis die op 13 april strandde bij Renesse – en vervolgens tijdelijk zoekraakte – is waarschijnlijk aangevaren, blijkt uit de sectie uitgevoerd door de Universiteit Utrecht. Een grote snijwond op zijn rug, met aan de uiteinden ronde hoeken, suggereert dat deze is veroorzaakt door de schroef van een schip. De aanwezigheid van rode bloedcellen búíten de bloedvaten toont aan dat die aanvaring minuten tot uren heeft plaatsgevonden voor hij stierf.

Lonneke IJsseldijk, hoofd van het strandingsonderzoek, denkt niet dat de wond groot genoeg was om direct dodelijk te zijn. Wel weet ze zeker dat de wond „niet heeft geholpen” in de situatie waarin de normaal diep duikende potvis zich bevond: de ondiepe Noordzee. „In de Noordzee zijn deze diepe duikers waarschijnlijk gedesoriënteerd. Ik kan me voorstellen dat ze daarom een vaartuig niet zien, of niet op tijd, of niet kunnen wegduiken.” Maar omdat ze de aanvaring niet hebben gezien, blijft het deels speculeren, benadrukt ze.

Daarnaast was de walvis door zijn tijdelijke verdwijning al in staat van ontbinding, wat het onderzoek bemoeilijkte. Door gasvorming in het lijf van de walvis explodeerde het dier op het strand. Toch hebben ze op basis van aanvullend onderzoek, voor zover mogelijk, kunnen uitsluiten dat het dier onderliggende ziekten had.