Het hoofdkantoor van Action bestaat uit een aantal hele lange gangen. Dat is geen bewuste architectonische keuze, maar het gevolg van meegroeien met het distributiecentrum waar het kantoor op gebouwd is. Op een van die gangen is met een paar schappen een mini-winkeltje nagebouwd. Aan het plafond hangen dezelfde lampen als in de echte winkels, die een net wat koeler licht geven dan elders in het kantoor.
In de rekken staan de nieuwe producten van die week uitgestald. Speelgoedcamera’s, glazen, bekerblenders. Elke week voegt Action 150 nieuwe artikelen toe aan het assortiment. „Hier staan wij elke maandagochtend met het inkoopteam elkaars producten te beoordelen”, zegt commercieel directeur Michael van Melick. Aan de spullen zelf kan dan niks meer veranderd worden, ze zijn immers al ingekocht. „Maar vaak zeggen we: dit is te duur, kunnen we de prijs nog aanpassen?”
Bij Action draait alles om de prijs. „De klant moet ervan uit kunnen dat ze bij ons altijd de laagste prijs krijgen”, zegt Van Melick. In weerwil van de naam moet Action het dus niet hebben van tijdelijke aanbiedingen, maar moet de prijs altijd goed zijn.
Bij de inkoop vormt de winkelprijs het startpunt. „Dan weten we: een product moet straks 49 cent kosten. Welke stappen moet je dan terugredeneren en voor hoeveel kun je het dan inkopen?” Beknibbelen op grondstoffen is met zulke lage prijzen vaak geen optie meer. „We hebben producten waarbij het onderaan de streep meer oplevert om het anders te verpakken en zo meer logistieke efficiëntie te behalen dan als we simpelweg 3 of 4 cent minder zouden betalen.”















