Een militair vliegtuig van de NAVO heeft dinsdagmiddag een drone uit het Estse luchtruim geschoten. Dat heeft de Estse minister van Defensie Hanno Pevkur in een persconferentie gezegd, schrijven internationale persbureaus en de lokale nieuwswebsite Delphi. „De drone was niet bedoeld voor Estland”, zei Pevkur.

Waarschijnlijk was het een Oekraïense drone die onderweg was naar Rusland, aldus de Defensieminister. Pevkur zegt dat hij na de signalering van de drone, en na het neerhalen ervan door een Roemeense F-16, meteen contact heeft gehad met Oekraïne om „duidelijk te maken dat er geen toestemming was afgegeven voor toegang tot het Estse luchtruim”.

Ook in Letland werd dinsdag een drone gesignaleerd in het luchtruim. Dat gebeurde ook al op 7 mei. Die drone werd niet onderschept en ontplofte tegen een Letse olieopslaglocatie. De gebeurtenis zorgde voor een kabinetscrisis: minister-president Evika Silina stapte afgelopen donderdag op als gevolg ervan. De Letse minister van Defensie stapte eerder al op, omdat hij de veiligheid van het luchtruim niet had kunnen garanderen.

Sinds Oekraïne halverwege maart het aantal luchtaanvallen op Rusland opvoerde, worden in het Baltische luchtruim vaker drones gesignaleerd. De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Andri Sybiha schreef vorige week op X dat de drone in het Letse luchtruim was beland door Russische „elektronische oorlogsvoering”. Moskou is bezig Oekraïense drones „doelbewust af te leiden van hun doelen in Rusland”, aldus Sybiha.